Deprecated: Function split() is deprecated in /public/sites/www.mijnpuber.nl/artikel.php on line 35

Afwijkend gedrag bij pubers is niet meer dan normaal
De houding van een puber wordt over het algemeen gekenmerkt door een groeiende volwassenwording en de zoektocht naar een eigen identiteit.
Regelmatig kan het kinderlijke gedrag nog naar voren komen in de eerste jaren van de puberteit
Daarnaast kunnen pubers vaak dwars en opstandig zijn. Dat is een normaal onderdeel van hun ontwikkeling: pubers zijn immers op zoek naar een eigen identiteit en dwars gedrag hoort daarbij.
www.mijnpuber.nl/artikel/75/agressie_bij_pubers
Maar wanneer is afwijkend en asociaal gedrag bij pubers nog normaal, en wanneer is het zorgwekkend of crimineel?
En is er een goede manier voor wetenschappers om dat te bepalen?
Een puber wordt gepest op school. Buiten schooltijd gaat het pesten door en de dader slaat het slachtoffer. Getuigen bellen de politie en de dader wordt opgepakt. Onder druk van de ouders doet de puber aangifte en krijgt de dader straf.
Is de dader een voorbeeld van een puber waar we ons zorgen over moeten maken?
Is dit een aanstaande crimineel?
En wanneer moeten we ons wel zorgen maken?
De ontwikkeling tijdens de puberteit is een moeilijke periode om psychologisch te onderzoeken.
Het onderscheid tussen een jonge crimineel en een ‘gewone’ opstandige puber is namelijk lang niet altijd duidelijk
Anders gezegd: sommige licht crimineel gedrag hoeven we niet als crimineel te bestempelen. We spreken van jeugdcriminaliteit als een puber onder de 18 jaar gedrag vertoont dat volgens de wet niet is toegestaan. Jeugdcriminaliteit is volgens deze definitie een verzamelbegrip.
Het gaat dus om diefstal en geweld, maar ook om minder ernstige dingen zoals graffiti spuiten en zwartrijden. Van impulsief naar zelfbewust Tijdens de puberteit verandert niet alleen het lichaam.
Ook op psychosociaal niveau maken pubers grote veranderingen door. Het gaat dan om de verandering in de manier waarop pubers naar zichzelf en naar anderen kijken en hoe zij denken dat andere mensen naar elkaar kijken. De psychosociale ontwikkelingstheorie van Jane Loevinger probeert te beschrijven hoe wij ons en anderen zien en hoe zich dit in de loop van ons leven ontwikkelt.
Essentieel is dat je eerst de eerdere stadia moet doorlopen voordat je een ander stadium kan bereiken. Elk stadium heeft zijn eigen eigenschappen en gedragsuitingen.
Vanaf de kindertijd tot de late puberteit zijn er vier niveaus van psychosociale volwassenheid.
Het eerste niveau wordt ook wel het impulsieve stadium genoemd. Het kind gedraagt zich impulsief, is aanhankelijk en afhankelijk, en is gericht op autoriteiten om richtlijnen en sturing te geven.
Het tweede niveau: Pubers veranderen van impulsieve kinderen naar zelfbeschermende en daarna conformistische pubers.
In de vroege puberteit nemen de impulsiviteit en afhankelijkheid af en kan de puber zich soms positioneren als een volwassene (ook al is hij/zij dat nog lang niet). De weg naar volwassenwording is ingeslagen. De puber vindt dat hij prima voor zichzelf kan zorgen; niemand kan hem of haar wat maken.
Tijdens deze periode is de puber egocentrisch. Alles wat er om de puber heen gebeurt, staat in het teken van hem of haar. Relaties met anderen zijn ook alleen van belang als er iets voor de puber te halen is. Recalcitrant, brutaal gedrag en het zoeken naar de grens van wat wel en niet mag is in deze fase niet ongebruikelijk.
Het derde niveau: In de loop van de puberteit maakt de egocentrische houding plaats voor een gelijkwaardige ‘wij’ houding. Wat een ander vindt is bijna net zo belangrijk als de eigen mening. Tegelijkertijd is mede door de nog maar basaal aanwezige kenmerken van volwassenheid ook nog sprake van sociaal wenselijk gedrag. Het blijft lastig om afgewezen te worden of om kritiek te krijgen.
Daarom wordt de groepsgelijkheid gewaardeerd en is het volgen van groepsnormen en -waarden erg belangrijk.
Het vierde niveau:Later in de puberteit valt de puber weer meer terug op zichzelf en is zelfbewustzijn belangrijk. Het belang van de eigen mening en het eigen gedrag is groot. Tegelijkertijd beseffen ze zich nu dat andere mensen andere meningen en opinies kunnen hebben.
Hiervoor hebben pubers min of meer respect. Er is nu een mate van tolerantie en flexibiliteit. Lang niet iedereen bereikt dit stadium.
Daarnaast bereikt niet iedereen het laatste stadium. Sterker nog, de meeste volwassenen zitten in het vierde stadium. Psychosociale ontwikkeling, probleemgedrag en criminaliteit.
Ontwikkelingscriminologen besteden veel aandacht aan het begin van criminele activiteiten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leeftijd gekoppeld kan worden aan de mate van criminaliteit.
Dit noemen we de leeftijd-criminaliteitscurve.
De leeftijd-criminaliteitscurve laat zien dat crimineel gedrag vanaf 12/13 jaar sterk stijgt. De piek van crimineel gedrag ligt tussen het 15e en 17e jaar. Daarna komt crimineel gedrag steeds minder voor.
Dr. Menno Ezinga is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel voor Kennislink is gebaseerd op het promotieonderzoek dat hij bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving uitvoerde.
En win iedere maand een gratis “online coaching” bij een van de deskundigen van Mijn Puber!
Marjolein Hurkmans is full time journaliste bij de Telegraaf en moeder van 3 pubers.
Ga naar de wildwaterbaan van Dutch Water Dreams in Zoetermeer. Deze wildwaterbaan is gebaseerd op de baan die gebruikt is tijdens de Olympische Spelen van Beijing in augustus 2008.






